"Van rolstoeler naar wandelaar?"

22-01-2021 - 10:20

Wilma Koops is regisserend wijkverpleegkundige bij TSN in Almelo en schrijft over haar ervaringen. Deze keer gaat de blog over haar werk in de wondzorg.

Vandaag staat de 65-jarige altijd opgewekte meneer Krabben op het programma van mijn ochtendroute. Sinds een paar weken is hij in zorg en verzorgen we de wond aan zijn stomp, nadat hij een tijd heeft gerevalideerd in een revalidatiecentrum. Vanwege ernstig vaatlijden heeft hij een onderbeenamputatie moeten ondergaan van het rechterbeen. Driekwart jaar daarvoor was dit al het geval van zijn linkerbeen. Met enorm veel respect voor meneer Krabben heb ik tijdens de intake van een aantal weken terug zijn indrukwekkende voorgeschiedenis gelezen: van een hoge bloeddruk, tot een hernia en van een melanoom tot hartfalen en de laatste jaren kwam daar dus ernstig vaatlijden bij.

“Zo, Wilma, ben je er weer?” verwelkomt meneer Krabben me enthousiast vanuit zijn rolstoel. Hij woont in een klein huisje, met een hoog-laagbed in de woonkamer en verder weinig meubilair zodat hij de ruimte heeft om zich te kunnen verplaatsen. Het huis is verder niet aangepast, maar zijn zoon heeft het leefbaar gemaakt met een zelf gemaakte postoel en een af- en oprijdplaat naar de ingang. De rolstoel kan precies door de deuropening naar de badkamer waar meneer een zitplank heeft om op te douchen. Het lijkt wat simplistisch, maar het is goed voor meneer Krabben. Hij kan zich redden en is er meer dan tevreden mee dat hij zo woont. “Goedemorgen!” zeg ik en geef zijn hond een aai over zijn bolletje. Het beestje, een Franse Bulldog, ligt naast de rolstoel op de grond te snurken. “Ik ben zo blij met mijn grote vriend, het is echt een lieverd!” zegt hij al glimlachend.

“De wond geneest mooi hè?” zegt meneer Krabben vol trots. 6 weken geleden zagen we nog een vieze wond met een groot stuk zwart / geel beslag wat eraf moest voor een betere genezing. In eerste instantie mochten we er niet aankomen, omdat hij hier een enorme angst voor had, maar geleidelijk aan groeide zijn vertrouwen. Hij liet ons steeds meer toe, met als resultaat dat de wond zo goed als dicht zit. “De volgende stap is terug naar het revalidatiecentrum!” zegt meneer in volle overtuiging. “Ik ga alles op alles zetten om weer te kunnen lopen, dus binnenkort moeten ze me maar 2 protheses aan gaan meten.” “Wauw” zeg ik tegen hem. “Ik heb zoveel respect voor uw doorzettingsvermogen en optimistische kijk op het leven!” “Oh, maar ik ben nog te jong om achter de geraniums te gaan zitten. En meid”, zo zegt hij, “ ik ben niet bang om te vallen hoor. Al ga ik twintig keer onderuit, ik sta weer op, net zo lang totdat ik lopend het pand weer kan verlaten.” Vol bewondering luister ik naar zijn verhaal. Ik vind het zo’n sterke man! Wat een levensgenieter!

De man vertrekt na het zorgmoment op zijn scootmobiel: “Ik ga even een visje halen op de markt. Een fijne dag gewenst en goed onthouden hè: Elke dag is het feest, als je zelf maar de slingers op hangt”. Zo is het maar net.

Vanwege privacy is in dit artikel niet de echte naam van meneer Krabben gebruikt.