‘Dementie: de harde realiteit’
30-09-2021 - 07:00
Op een zonnige ochtend fiets ik door de stad naar het appartement van meneer De Jong. Meneer De Jong is 88 jaar woont met zijn 90-jarige vrouw in een zogenaamde serviceflat. Het echtpaar woont op de 2e verdieping, helemaal aan het einde van de gang. Het is de tweede keer dat ik hem thuis bezoek.
Meneer De Jong doet de deur open. Ik stel me voor, dat blijkt nodig want hij kent me niet meer. Ik geef meteen aan dat ik vanwege het coronavirus 1,5 meter afstand moet houden en eerst mijn handen moet wassen. Mevrouw zit keurig aangekleed in de huiskamer, dat maakt een andere indruk dan tijdens het vorige bezoek, toen ze bij mijn aankomst nog in bed lag.
Ik zoek een plek in de woonkamer waar ik op de vereiste afstand van het echtpaar kan zitten en toch een goed gesprek kan voeren. Meneer De Jong vraagt wat ik kom doen; deze vraag zal hij het komende uur nog verschillende malen herhalen. Ik leg uit dat ik de ouderenverpleegkundige ben en in opdracht van de huisarts onderzoek doe naar de werking van zijn geheugen. Ik vertel dat ik daarom drie korte geheugentesten af wil nemen, is dat goed? Meneer De Jong zegt: “Ja dat is goed, zolang je maar niet bij mij op schoot komt zitten”, dit lijkt het soort grapjes waar hij van houdt. Hij kijkt tijdens het beantwoorden van zijn vragen regelmatig hulpzoekend naar zijn vrouw. Zij gaat hier niet op in en zegt: “Je moet zelf antwoorden”. Zijn antwoorden blijken op veel punten onjuist, maar hij lijkt dit zelf niet te merken want hij zegt trots tegen zijn vrouw: “Dat had je niet gedacht hè, dat ik het zo goed zou doen”.
Als de testen klaar zijn vat ik de conclusie samen: er zijn aanwijzingen dat de hersenfuncties van de heer niet meer helemaal goed zijn. Ik vraag aan mevrouw De Jong of zij de uitslag herkent: dat is het geval. Meneer De Jong reageert wat lacherig op mijn conclusie; hij blijft erbij dat hij de testen goed gedaan heeft en vindt het prima dat ik de uitslag met zijn huisarts bespreek.
Ik neem afscheid van het echtpaar, ze krijgen deze keer geen hand maar een lichte buiging. Tijdens het terugfietsen naar huis denk ik terug aan het bezoek. Hoewel ik al wist dat er sprake was van geheugenproblemen ben ik toch verrast door de slechte prestaties van de heer; de tekorten zijn door de testen pijnlijk duidelijk geworden. Ik vraag me af hoe het voor zijn echtgenote is om met hem om te gaan. Er spelen veel meer problemen die nu nog niet ter sprake zijn gekomen: het overmatige alcoholgebruik van de heer waardoor hij regelmatig valt, het minimale contact met hun drie kinderen, de slechte lichamelijke gezondheid van mevrouw. Het is misschien niet zo gek dat ze het liefst de hele dag in bed ligt: diep verborgen onder de dekens, veilig en beschut in een poging om de realiteit zolang mogelijk op afstand te houden.
Vanwege privacy zijn in dit artikel niet de echte namen gebruikt.