“De impact van Dodenherdenking”
04-05-2021 - 20:30
Wilma Koops is regisserend wijkverpleegkundige bij TSN in Almelo en schrijft over haar ervaringen. Deze keer gaat de blog over 4 mei en de Nationale Dodenherdenking.
Het werken op 4 mei is elk jaar weer een bijzondere ervaring. We hebben nog altijd een aantal cliënten in zorg die de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt. Mensen die je normaal gesproken niet hoort praten over het leed wat ze zovele jaren terug hebben meegemaakt. Vandaag ben ik me bewust van mijn aanwezigheid tijdens een emotioneel terugdenken. Momenten waar wij tijdens de geschiedenisles over hebben gehoord, maar die nu rechtstreeks vanuit het boek tot leven komen door de ogen van mijn cliënten.
Het is 19.35 uur en heel voorzichtig loop ik met de sleutel naar binnen bij mevrouw Joosten, 86 jaar. Ik hoor de tv luidkeels vertellen over de strijders van de Tweede Wereldoorlog. Wanneer ik de woonkamer binnenloop en zie mevrouw in tranen: “Er waren Joodse mensen bij ons ondergedoken. Als bij de buren ‘s avonds luid op de deur werd geklopt en de Duitsers commandeerden dat de lichten uit moesten, dan renden ze naar boven. Daar stond een kast in verbinding met het huis van de buren. Ze zijn gelukkig nooit ontdekt! Als ik aan de oorlog denk, denk ik ook aan mijn vader. Hij had een hoge militaire rang en is helaas verongelukt. Toen hij overleed, overleed ook de sfeer binnen het gezin; we hebben thuis nooit meer liefde gevoeld.” Ik zie haar verdriet en voel haar pijn van vroeger, die nu even weer intens aanwezig is. Ik bied een luisterend oor en we praten nog even verder.
Een kwartier later pak ik de auto en rijd naar de volgende cliënt waar ik iets voor achten aanschuif achter de TV. We zijn twee minuten stil. “Wat fijn dat je dat moment stilte met me hebt gedeeld. Voor mij voelt dat als vanzelfsprekend; Ik heb veel respect voor het traditionele. Mevrouw Hendriksen begint te vertellen: “ Als twaalfjarig meisje zat ik in 1940 in het laatste jaar van de basisschool. De oorlog maakte me heel boos, omdat ik daardoor geen eindfeest kreeg. Thuis was ik het enige meisje, met vier broers. Mijn oudste broer en vader waren bakker; ze werkten in de voedselvoorziening en hoefden daardoor niet in het leger. Een andere broer naaide postzakken en hoefde dus ook niet als soldaat te dienen. De derde broer werkte in Duitsland voor een boer, met tegenzin. Omdat hij geheim moest houden dat de boer een motor verstopte onder de hooibalen, kon hij niet zoveel verkeerd doen. De laatste broer had het minder goed; hij moest naar een Duits kamp om te werken. Hij heeft het gered, maar kwam vel over been terug. Gelukkig hebben we allemaal de oorlog overleefd!” Ademloos heb ik geluisterd naar een levensverhaal uit een andere eeuw. Ik vraag mevrouw wat ze vindt van de Dodenherdenking: “Ach, het zegt me niet zoveel. Ik vind dat we ook stil moeten staan bij de mensen die juist niet dood zijn gegaan; bij de mensen waarin de oorlog nog altijd doorleeft.”
Zo gaat mijn route verder, de avond ingekleurd door de indrukwekkende levensverhalen van cliënten.
Vanwege privacy zijn in dit artikel niet de echte namen van mevrouw Joosten en mevrouw Hendriksen gebruikt.